MICHOTTE: EEN BELGISCHE SYDOW-WAGNER (1911)

De cartografie der Lage Landen heeft vooral historische betekenis; in de Gouden (17de) Eeuw, die uitsluitend de Noordelijke Nederlanden gold, was Amsterdam op het terrein van landkaarten en atlassen toonaangevend. Van de beroemde cartografen waren er velen, zoals Hondius, Plancius en Mercator, echter niet Blaeu en Jansonius, uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig (Antwerpen was vóór Amsterdam het middelpunt der aarde); zij waren eind 16de eeuw in verband met de politiek-religieuze conflicten die daar in die tijd plaatsgrepen, naar het noorden gevlucht.

Maar na de Gouden Eeuw was het wel gebeurd met de Noord-Nederlandse cartografie. Kan in de 19de eeuw in Nederland nog op een (bescheiden) hoogtepunt als de historische atlas van Mees worden gewezen, in de 20ste eeuw was er niets van eigen bodem (behalve de Atlas van Tropisch Nederland), dat enigszins tot de verbeelding sprak. België daarentegen had in de 19de eeuw de beroemde wereldatlas van Vandermaelen, en in de 20ste eeuw werk dat in Nederland werd overgenomen zoals een grote Wereldatlas in afleveringen, rond 1940 door diverse kranten uitgegeven, en in de jaren 50 dan de bekende atlas van De Bezige Bij en het Algemeen Handelsblad; ook die was oorspronkelijk van Belgische makelij. Ten slotte waren er nog als co-producties te bestempelen uitgaven, zoals die van Leopold in Nederland en de Standaard Uitgeverij in België (twee drukken, 1939 en 1947), een atlas van Bartholomew betreffende; en hoewel wij dit werk niet hoog genoeg kunnen inschatten, zij het dan met inachtneming van alle beperkingen, de Britse cartografie eigen, zoals het ontbreken van iedere eenheid in schaal, schrift en terrein, is het toch verre van origineel, dus Belgisch of Nederlands werk te noemen.

Ook in België was er de neiging iets van buitenaf beter te vinden dan hetgeen men zelf kon presteren, en hoewel deze houding in 't algemeen laakbaar is, is deze in het volgende geval terecht. Het betreft hier namelijk de (Franstalige) Belgische editie van het beroemde, door ons in de vorige aflevering van A&G besproken werk "Sydow-Wagners Methodischer Schul-Atlas", waarvan de 14de oplage in een vertaalde en aangepaste versie is verschenen in België onder de titel: "Atlas Classique de Géographie" onder redactie van P. Michotte en uitgegeven in 1911 door Albert Dewit te Brussel.

Rond 1958 was dit vermoedelijk de eerste buitenlandse atlas die wij onder ogen kregen; diep beïndrukt door de voorname inhoud begrepen wij onmiddellijk dat dit werk op een rijke traditie steunde, in ieder geval dat er meer moest zijn tussen hemel en aarde dan het ontastbare en schijnbare, maar dat we er vooreerst vrede mee moesten hebben het fijne nog niet te kunnen doorgronden. Maar dat dit fijne op de een of andere manier in verband stond met de op alle kaarten aanwezige mystische formule "Gotha: Justus Perthes" was wel duidelijk. Helaas ontbraken omslag en erger, de laatste twee van de 54 kaarten, die er volgens de inhoudsopgave in moesten zitten, maar daar viel voor de toen gangbare prijs van 25 cent die wij voor het werk moesten neertellen, wel mee te leven. Later, veel later, om precies te zijn op 17 maart 1988, 30 jaar na dato dus, maar ook al weer 10 jaar terug, betaalden wij voor de complete editie van de Michotte ca. 30,- (de vraagprijs bedroeg 35,- maar omdat wij gelijktijdig de JP "Atlas antiquus" aanschaften konden wij korting bedingen) en leerden wij, dat er aan het eerste, incomplete exemplaar ook nog de aanvullende opmerkingen bij het voorbericht hadden ontbroken.

Dit voorbericht vormt een zeer essentieel onderdeel van de Michotte, want daarin wordt niet alleen de wordingsgeschiedenis van een idee verklaard, namelijk dat, waarom Michotte tot zijn keuze voor Sydow-Wagner is gekomen, maar tevens bevat het een mini-geschiedenis van de Duitse schoolcartografie en die van JP in het bijzonder. Tussen de regels door kan men nog concluderen dat kennelijk geen moment is overwogen een van de vele, op dat moment voorhanden zijnde, voortreffelijke Nederlandse schoolatlassen (Bos, Schuiling, Ten Have) aan te passen voor gebruik in België, wat toch voor de hand had gelegen. Wellicht heeft de Waalse minachting voor het Nederlandstalige Vlaanderen daarin een rol gespeeld.

Eerst in 1900 werd in België het doctoraat in de geografie aan de (vermoedelijk Franstalige) universiteiten ingesteld en begon men ook op lagere niveaus ernst te maken met het onderwijs in dit vak, echter:

"Dan weer ziet men de atlas van Vidal-Lablache in gebruik op de scholen, dan weer die van Schrader-Gallouédec. Ondanks de taalproblemen beginnen ook de Duitse atlassen in aanzienlijke aantallen bij ons door te dringen: geregeld treft men de schoolatlassen van Debes, de Diercke Schul-Atlas, en - uit Gotha - de Sydow-Wagner en de Lüddecke und Haack op onze scholen aan.

Al deze atlassen zijn goed, verscheidene zelfs voortreffelijk ... maar ze zijn niet gemaakt voor België. Ons land wordt naar de achtergrond geschoven, en neemt natuurlijk in die uitgaven de bescheiden plaats in die in overeenstemming is met zijn beperkte omvang. Dat is onvoldoende (....) en ons onderwijs blijft op een belangrijk deel incompleet. Deze leemte dient opgevuld te worden. ... Ziedaar de reden voor de onderhavige uitgave.

Ondertussen dient zich een vraag aan: moet er een geheel nieuw werk komen, ondanks de veelheid van atlassen die in gebruik zijn? Is het niet logischer er een te kiezen uit de beste buitenlandse die al bij ons bekend zijn, die te herzien, uit te breiden en aan te passen naar behoefte? (...)

Wij hebben ons toen gewend tot het Geografisch Instituut van Justus Perthes te Gotha dat in 1910 zijn 125-jarig bestaan vierde. De wereldwijde wetenschappelijke reputatie, de eeuwenoude vermaardheid van dit instituut, de perfectie, ook van diens kleinere edities hadden ons al lange tijd aangesproken. Was het niet algemeen bekend dat de tekenaars, graveurs en werklieden van Justus Perthes, elkaar van vader op zoon opvolgend, een professionele bekwaamheid erfden die nergens anders werd aangetroffen? Onder de schoolatlassen geldt de Sydow-Wagners Methodischer Schul-Atlas, naar het unanieme oordeel van deskundigen, als toonaangevend. Tussen de grote algemene atlassen en de typische schoolatlassen, leek hij ons aan alle voorwaarden te voldoen om de basis te vormen voor een Belgische geografische atlas.

De Sydow-Wagner kan bogen op een geschiedenis en beantwoordt aan een grondbeginsel. De eerste publicaties van Emil von Sydow, die toen 26 jaar was, waren oro-hydrografische wandkaarten, waarvan tegenwoordig H. Habenicht de opeenvolgende edities redigeert. Ze dateren uit 1838. Het was de grote tijd van de geografie. Humboldt en Ritter gaven college in Berlijn. De eerste vooral op het gebied van de fysische aardrijkskunde, de tweede over geografie en samenleving, de principes van de wetenschappelijke aardrijkskunde en de wetmatigheden van de methode formulerend. Het is opmerkelijk dat deze grote mannen van de toenmalige wetenschap rond die tijd vooral in Gotha deskundige ondersteuning vonden. Hun inzichten kregen in de uitgaven van Perthes volledig vorm. Niemand zal het aandeel van Humboldt in de eerste editie van Berghaus' Physikalischer Atlas ontkennen, maar de band tussen Ritter en Sydow is tegenwoordig minder bekend. De invloed die de hoogleraar uit Berlijn uitoefende op de cartograaf uit Gotha is vooral symptomatisch en dient nader belicht. Het is immers de definitie van geografie zoals Ritter die formuleerde, die Sydow aansprak. Ritter zou het ongetwijfeld eens zijn met de woorden van Sydow: "De essentie van de geografie bestaat niet uit een opsomming van namen, maar uit een aaneenschakeling van ideeën met het doel de mens in zijn omgeving te bestuderen". (…)

De kaarten van Sydow, meer voor het onderwijs dan voor de wetenschap bedoeld, zijn vooral een synthese: de menselijke activiteiten tegenover de natuur. (…) Sydow schrijft: "Wanneer een onderwijzer spreekt over rotsplateaus, kustvormen, bergketens, steppes, ijsvlaktes, pieken en dalen, moeten te leerlingen dat alles op een kaart kunnen ontdekken die een waarheidsgetrouw beeld van de natuur weergeeft. Sydow heeft dit moeilijke probleem voortreffelijk opgelost door heldere kleuren en een tastbaar reliëf. Zijn kaarten zijn, volgens de opvattingen van Ritter, ware fotografieën der natuur.

De fysische factor is in de aardrijkskunde de voornaamste en vormt de basis van onze studie. Zonder twijfel hebben politieke grenzen met de oppervlakte van de aarde te maken en ook met de menselijke geografie, maar het is geen principieel gegeven. Bij het geschiedenisonderwijs is het essentieel, maar in de aardrijkskunde komt het pas op de tweede plaats. In alle kaarten van Sydow was dit beginsel te herkennen en dat is een van zijn zeer grote verdiensten.

(…) Het succes van de schoolatlas van Sydow was enorm. De eerste druk stamt uit 1847. Tot aan de dood van Sydow (1873) werd de atlas in Duitsland zowel als in het buitenland in honderdduizenden exemplaren verspreid, wat wel iets zegt over de wetenschappelijke en pedagogische betekenis van dit werk. Maar ondertussen ontsloten de eclatante ontdekkingen in de vorige eeuw velerlei dat de geografie had te bestuderen. De centrale gebieden van de continenten werden beter bekend. Vele zaken kwamen van de ene op de andere dag in een ander licht te staan. Men begon algemene wetten te formuleren. De aardrijkskunde maakte een ongekende vooruitgang door. De atlas van Sydow verouderde; een grondige herziening was nodig. Dit werd het werk van Geh. Reg. Rat Dr. Hermann Wagner, thans hoogleraar in de geografie aan de universiteit van Göttingen. In 1888 verscheen de eerste druk van Sydow-Wagners Methodischer Schul-Atlas.

Zoals hij zelf in zijn voorwoord zegt, blijft Wagner trouw aan de principes van Sydow, en "moge de nieuwe atlas dan het werk zijn van iemand anders, door Sydows naam te verbinden aan die van de auteur zullen de verdiensten van Sydow voor altijd zichtbaar blijven in de titel".

De 14de Duitse editie gaat verschijnen; zij vertegenwoordigt het belangrijkste gedeelte van de atlas die wij hierbij aan het Belgische publiek presenteren. Toen wij onze eerste voorstellen aan het instituut Perthes deden, heeft dit ons met een wetenschappelijke belangeloosheid die wij niet genoeg kunnen prijzen, vrijblijvend van advies gediend, zich geheel te onzer beschikking gesteld en ons de gelegenheid geboden te putten uit de rijkdommen die te Gotha zijn opgetast. Dat maakte het ons mogelijk bepaalde gedeelten van de Schul-Atlas, die ons te beknopt leken, uit te breiden door een keuze te maken uit het werk van Dr. Supan, van Dr. Haack en van P. Langhans, aldus een verzameling kaarten samenstellend die een nieuwe ontwikkeling van de atlas van Sydow vormt. Zelfs konden wij diverse kaarten van Stieler in deze editie opnemen. Maar wij hebben het karakter, eigen aan deze laatste kaarten nauwelijks veranderd; ze zijn minder bedoeld voor het onderwijs, maar kunnen nuttig zijn om een detail te situeren.

Voor de bereidwilligheid waarmee zelfs onze kleinste wensen werden voorkomen, door de zorg waarmee deze uitgave werd omgeven, door de beminnelijkheid die ons steeds ten deel viel, zijn wij het Geografische Instituut te Gotha zeer erkentelijk. Dat willen wij hier graag duidelijk en onverkort tot uitdrukking brengen.

(…)

Handel en industrie van België breiden zich dagelijks uit; steeds meer landgenoten verlaten ons land om in den vreemde de beschaving uit te dragen en nieuwe afzetgebieden en nieuwe rijkdommen te exploiteren; daarom is het noodzakelijk dat de geografie in ons onderwijs een vooraanstaande plaats gaat innemen.

Dat dit werk daarbij dienstig moge zijn, is onze vurige wens en innige hoop.

Januari 1911, P. Michotte."

Aldus een bloemlezing uit het voorwoord. Wat nu de inhoud betreft, vergeleken bij de 14de druk van de Sydow-Wagner uit 1910, die 47 bladen telde, zijn in de Michotte, die er 54 telt, de volgende bladen deels of gewijzigd opgenomen:

9. Völkerkarten/Groupes etniques: alleen het bovenste gedeelte komt overeen.
12. Klima Europas: alleen het linkerdeel komt voor op Michotte blad 18.
13. Europa - Völker- u. Sprachenkarten. Konfessionskarten: alleen de twee bovenste kaartjes komen voor op Michotte blad 18. Op Michotte 18 tevens 3 nieuwe kaartjes. Twee daarvan betreffen de haarkleur van de inwoners van België. Onnodig te zeggen dat deze kaartjes ondanks onze vele opgelegde "vrijheden" nu niet meer zouden mogen.

Geheel ontbreken in Michotte:

7. Der Luftkreis. Twee kaartjes daaruit (Januar- en Juli-Isobaren) echter (i.p.v. twee andere: Regenmenge; Regenzeiten, Sydow-Wagner bl. 8) op blad 7 van Michotte.
17. Mitteleuropa (pol.).
19. Mittleres Nord-Deutschland.
20. Nordost-Deutschland.
21. Mittel-Deutschland.
22. Süd-Deutschland.
25a. Österreich.
34. Atlantischer Ozean.
36. Asien (pol.).

Tellen we de deels overeenkomende bladen 12 en 13 uit Sydow-Wagner voor één overeenkomstig blad, dan komen dus 47-9-1=37 bladen overeen. Dit zijn de 17 (=54-37) bladen die alleen in de Michotte voorkomen:

8. Régions Agricoles. Climats. Religions (naar Haack).
11. Matières premières usuelles (naar Langhans).
13. Pôle Sud (uit de 9de druk van de Stieler, blad 6 met kleiner kader, zelfde schaal).
17. Europe. Bassins. Isothermes. Densité de la population (Haack).
20. Belgique administrative. Dit is het onderste deel van blad 40 (Niederlande, Belgien u. Luxemburg) in de 9de druk van de Stieler.
21. Belgique physique.
22. Belgique géologique.
23. Belgique. Densité de la population.
24. Belgique agricole.
25. Belgique industrielle.
26. Belgique. Voies de communications.
27. Commerce de la Belgique.
28. Expansion industrielle de la Belgique.
30. Deutsches Reich - Allemagne (een uitsnede uit blad 8 van de Stieler, de schaal is dezelfde).
49. Congo administratif.
50. Relief du bassin du Congo.
51. Congo économique.

Als er niets achter vermeld staat, dan zijn de kaarten nergens aan ontleend en speciaal voor deze editie ontworpen door de firma Perthes. Uit het voorbericht zijn in ons artikel niet de loze regels vertaald, die een dankwoord vormen tot de talloze Belgische medewerkers, die betrokken waren bij de kaarten van België en de Congo. Het betreft dit 29 regels, terwijl de firma Perthes, die alle kaarten in de Michotte heeft vervaardigd, het met een dankwoord van 17 regels moet stellen. Deze tekst is uiteraard wel vertaald.

Nu rest nog een belangrijke vraag: in hoeverre is de Michotte een "Belgische" atlas? Is het niet veeleer een Waalse atlas, of een atlas voor de toenmalige, Franssprekende bovenlaag? De namen op de kaarten zijn vertaald in het Frans (foutje: Antv. voor Anvers/Antwerpen op blad 12), maar toch is soms Nederlandse benaming toegepast. Niet alleen voor gebieden, waar de bevolking in meerderheid Nederlands spreekt (Antwerpen, Gent, Brugge, Vlaanderen maar Bruxelles, Mons, Arlon) maar - verrassend - met een geheel Nederlands namengoed voor het Waalse deel van België, zoals op kaart 19, waar sprake is van Brussel, Luik, Namen, Aarlen, ja zelfs van Vlaamsche Banken, Maas en Ardennen. Vreemd genoeg is op het aanpalende stuk Duitsland op deze kaart de naamgeving weer in het Frans (Spire, Magdebourg, Westphalie). Iets dergelijks gebeurt op de kaart van Zuidelijk Afrika (Michotte nr. 48), waar ter vergelijking Duitsland op dezelfde schaal staat afgebeeld, op welk bijkaartje ook "Nederland" en "België" staan aangegeven. Dit alles staat los van het streven de geografische benamingen in de taal van het betreffende land weer te geven, zoals dit voorzichtig is gebeurd in deze atlas, wat echter beter achterwege had kunnen blijven. Zo is op de kaart van Groot Brittannië wel sprake van North Sea, maar ook van "Mer Baltique", en was dit laatste niet anders mogelijk (de Oostzee heeft immers vele namen), dan had men toch iets anders dan "Allemagne" of "Pays-Bas" mogen verwachten. Kaarten waarop dit experiment - want anders is het niet - ook wordt uitgevoerd zijn nr 37, Italia - Italie ("Mar Adriatico", "Mar Ionio" maar "Autriche-Hongrie") en 36, España y Portugal - Péninsule Ibérique ("Mar Mediterráneo" maar "Golfe du Lion"). Op de kaart van Zwitserland is het principe, dat de "eigentaligheid" kennelijk beperkt tot het eigen territorium, ineens verlaten en wordt zelfs drietaligheid toegepast ("Milano", "Lombardia", alhoewel ten opzichte van Zwitserland toch in het buitenland liggend). Op kaart 53 (Verenigde Staten) zijn de aanliggende oceanen in het Frans benoemd, een bijkaartje op dezelfde schaal heet "Great Britain"…

Ten slotte over de kaarten: dat de heer Michotte (1876-1940) de loftrompet steekt over de werken van Justus Perthes, is natuurlijk geheel terecht. Dat doen wij ook altijd. Maar nu hoort u 't 's van 'n ander....

home